Pedagogisch project
De school voor Buitengewoon Onderwijs Ter Bank vzw te Heverlee ijvert voor een volwaardige, menselijke en christelijke ontplooiing van de jonge mens met verstandelijke beperkingen en dit met het oog op een zich zo goed mogelijk handhaven in de samenleving, de actuele en toekomstige leef- en werkwereld. Het accent wordt gelegd op een volwaardig en gelukkig leven met, en niet ondanks, de verstandelijke beperkingen.
De school wil een christelijk leef-, studie- en werkmilieu zijn, waar leerkrachten, paramedici, opvoedend personeel, hulppersoneel en directie, in die sfeer met elkaar en met kinderen en jongeren omgaan; waar zij, in nauwe samenwerking met en in grote betrokkenheid van de ouders, hulp en ruimte bieden bij de persoonlijkheidsvorming van de leerling. Deze manier van betrokkenheid impliceert immers een zeer open visie van de school en een bereidheid van elke leerkracht om samen met de ouders in wederzijds respect te zoeken naar de beste strategieën voor het concrete kind en dit binnen de mogelijkheden en beperktheden van de school en van de betrokken mensen.
De school wenst haar opvoedingsopdracht in een intercultureel perspectief te plaatsen, waardoor zij beter haar doelstellingen met democratische gelijkheid van onderwijskansen, solidariteit en de culturele ontplooiing, kan waarmaken.
Als MOS-school (Milieuzorg Op School) willen we ook werken aan een milieubewuste houding.
Tevens staat de school open voor de realisatie van inclusief onderwijs waarbij scholen voor gewoon onderwijs, kinderen met verstandelijke beperkingen (tijdelijk) kunnen opnemen en hierbij ondersteund worden door de aanwezige deskundigheid uit het samenwerkingsverband.
Ouders die hun kinderen aan onze school toevertrouwen, moeten beseffen dat deze Evangelische inspiratie bepalend is voor de wijze waarop leerkrachten leerlingen benaderen en voor de manier waarop leerlingen met elkaar en het personeel omgaan.
De algemene ontplooiing van de jonge mens willen we in onze school nastreven doorheen een zeer gedifferentieerd aanbod, waarbij zowel algemene als technische vorming aan te pas komen, aangepast aan het niveau van de leerling.
-
Zo wordt bij kinderen en jongeren met matige verstandelijke beperkingen binnen het Buitengewoon Kleuteronderwijs de klemtoon gelegd op het uitbreiden van de taal, de zelfredzaamheid en de motorische vaardigheden. Ook aan spel, sociale omgang en voorbereidende schoolse activiteiten wordt ruime aandacht besteed.
Op het niveau van het Buitengewoon Lager Onderwijs komen vooral (voorbereidende) schoolse activiteiten zoals lezen, rekenen en schrijven aan bod, naast handvaardigheid en huiselijke activiteiten. Zelfstandigheid, totaal-communicatie en socialisatie blijven hun plaats behouden. Het normalisatieprincipe vormt een uitdaging in de vormgeving van het opvoedings- en onderwijsaanbod.
-
Bij kinderen en jongeren met ernstige verstandelijke beperkingen wordt binnen het Buitengewoon Kleuteronderwijs het hoofdaccent gelegd op zindelijkheidstraining en elementaire zelfredzaamheid, op de stimulatie van de actieve en passieve taal en op de ontwikkeling van de grove en de fijne motoriek binnen een groepsgebeuren.
Binnen het Buitengewoon Lager Onderwijs worden de zelfredzaamheid, communicatie en motorische vaardigheden ernstig onderbouwd en uitgebreid. Daarnaast wordt meer nadruk gelegd op huishoudelijke activiteiten, op omgangsvaardigheden en op spel- en knutselactiviteiten.
-
Het Buitengewoon Secundair Onderwijs is opgedeeld in 2 Opleidingsvormen.
In Opleidingsvorm 2 worden binnen fase 1 verworven vaardigheden verder uitgebouwd. De nadruk ligt op algemene, sociale en huishoudelijke vorming in functie van een maatschappelijke integratie. Arbeidsgerichte vorming betreft het aanleren van basistechnieken. Hierop voortbouwend komt in fase 2 als nieuw element de arbeidsgeschiktmaking aan bod. Door stages worden de leerlingen voorbereid op een mogelijke tewerkstelling in een beschermd arbeidsmilieu.
Opleidingsvorm 1 bouwt verder aan de verworven vaardigheden. De klemtoon ligt op socialisatie en het verruimen van de leefwereld, op het aanleren van handvaardigheidstechnieken, op mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding en op het uitbreiden van de huishoudelijke activiteiten. In de eindklas wordt de leerling voorbereid op een verblijf als volwassene in een dagcentrum of bezigheidstehuis, eventueel op tewerkstelling binnen het project ‘Begeleid Werken’.
-
Bijzondere aandacht blijft uitgaan naar specifieke situaties zoals de opvang van kinderen met autisme en leerlingen aan de ondergrens van ernstige verstandelijke beperkingen waar wij via een geëigend programma een antwoord op proberen te geven.
Wij hopen dat de kinderen en jongeren uit de school mogen inzien en ervaren hoe, in het perspectief van het Evangelie, de menselijke persoon ten volle gewaardeerd wordt. Daarom ook is er niet alleen de catechese op school, maar hechten wij veel belang aan de sfeer op school, een sfeer van respect en verdraagzaamheid, van geduld en vertrouwen, van hartelijkheid en oprechte naastenliefde, waarin niemand gediscrimineerd wordt en aan eenieder kansen worden geboden.
Daarom maken wij in het drukke schoolleven ook ruimte vrij voor stilte, bezinning en gebed. Wij bouwen vieringen in, waarbij de diepste bedoelingen van heel ons opvoedingsproject vertaald worden naar de kinderen en jongeren en waardoor wij onze verbondenheid met de Heer en met de grote Kerkgemeenschap beleven.
|