Kleuteronderwijs - doelgroep en leerinhouden
Doelgroep
Buitengewoon onderwijs type 2 richt zich naar kinderen en jongeren met een matige tot ernstige verstandelijke handicap. In realiteit vertaalt dit zich in een heterogene populatie van kinderen en jongeren met vaak zeer complexe zorgvragen. De gestage groei van het geïntegreerd onderwijs tekent een verschuiving af binnen de leerlingenpopulatie: de verstandelijke handicap gaat vaker gepaard met bijkomende gedrags- en emotionele problemen of een kinderpsychiatrische diagnose zoals een autisme-spectrum-stoornis.
De ontwikkelingsmogelijkheden van kleuters binnen buitengewoon onderwijs type 2 zijn zeer uiteenlopend. Naast de groep kleuters met een matige tot ernstige verstandelijke handicap worden binnen de kleuterklassen tevens kinderen met een lichte ontwikkelingsvertraging opgenomen. Deze kinderen stromen dan door naar het buitengewoon lager onderwijs type 1. De groep kleuters met een autisme-spectrum-stoornis blijft opvallend aanwezig. Naast de uitgesproken autiwerking binnen de autiklas (klas Lieve) wordt de specifieke aanpak van deze kleuters verder uitgebreid en geïntegreerd binnen de andere pedagogische eenheden (klas Kim, klas Katja en klas Mieke). Tevens is er op kleuterleeftijd een groep kinderen waarbij een vermoeden is van een autisme-spectrum-stoornis, zonder dat de diagnose reeds gesteld is. De toename van leerlingen met bijkomende gedrags- en emotionele problemen is eveneens voelbaar. Ook de instroom van allochtone kleuters is duidelijk. De grootste instroom situeert zich op het niveau van het kleuteronderwijs. Ondanks de uitbouw van het geïntegreerd onderwijs, blijft de instroom van (jonge) kleuters opvallend.
Leerinhouden
Op het niveau van het kleuteronderwijs ligt het hoofdaccent op het stimuleren van de algemene ontwikkeling. Er wordt sterk ervaringsgericht gewerkt. Het doorleefd en thematisch uitbreiden van de ervaringswereld van onze kleuters staat centraal. Sterke accenten binnen de werking zijn het aanbrengen van structuur en duidelijkheid, het ondersteunen en uitbreiden van de communicatie via SMOG en BeTa en een geïntegreerde thematische werking (afstemming van de therapeutische omkadering binnen de handelingsplanning zoals groepswerk logopedie en kinesitherapie). Het stimuleren van de basismotoriek en het uitbouwen van creatieve vaardigheden krijgen uitgebreid aandacht. De ontwikkeling van de elementaire zelfredzaamheidvaardigheden en zindelijkheidstraining staat eveneens centraal. De aandacht voor sociale vaardigheden, de emotionele ontwikkeling en het welbevinden van onze kleuters loopt als een rode draad doorheen de werking. In de pedagogische eenheid van de oudste kleuters wordt eveneens gestart met voorbereidende schoolse vaardigheden. Er wordt klasoverschrijdend gewerkt bij wekelijks terugkerende activiteiten zoals poppenkast en muziek.
|