All aboard
 Het project gaat uit van een aantal basisdoelstellingen die uitgewerkt worden in drie concretere doelstellingen.
De basisdoelstelling van het ‘All Aboard’ project is zoeken naar wegen of methodes om de maatschappelijke integratie en inclusie van kinderen en jongeren met specifieke noden te ondersteunen en te optimaliseren. Dit streven veronderstelt dat iedereen het recht heeft op ‘anders-zijn’ en dat ieders mogelijkheden en beperkingen gerespecteerd moeten worden. Meer concreet willen we: o Ons informeren hoe binnen elke partnerschool gewerkt en gedacht wordt rond integratie en inclusie. o De verschillende partnerscholen bezoeken, ervaringen met elkaar uitwisselen en op die manier ook reflecteren op de eigen schoolwerking rond integratie en inclusie. o Vanuit de voorgaande doelstellingen de eigen werking optimaliseren om kinderen en jongeren maximaal voor te bereiden op maatschappelijke participatie, binnen de context en de mogelijkheden van de leerling en van de eigen school.
Dit project streeft niet naar één tastbaar eindresultaat. Het werkt veeleer inspirerend en blikverruimend vanuit een overleg en uitwisselen van visies, methodieken. De concrete activiteiten die in dit kader binnen de school worden opgezet en het beleid dat vanuit de inclusiegedachte gevoerd wordt, zijn hier een weergave van.
Tijdens ons tweede werkjaar werden drie partnerscholen bezocht: ‘E.B. 2.3. Prof. Lindley Cintra School’ (Portugal, maart 2006), ‘Ter Bank’ (België, mei-juni 2006) en ‘Rud Upper Secondary School’ (Noorwegen, oktober 2006).
Bij het bezoek aan de school in Portugal stond o.m. een uitgebreide kennismaking met de bredere onderwijscontext op de agenda. Binnen dit geheel werd dan de eigen schoolpopulatie en werking voorgesteld. Na het bezoek aan Portugal hadden we een eerste aanwijzing van het ruimere kader waarbinnen alle partnerscholen binnen het project werken rond inclusie en integratie en de mogelijkheden en beperkingen vanuit de bredere maatschappelijke en onderwijscontext. Deze werking werd bij elk bezoek concreet gemaakt door een uitgebreide rondleiding in elke school.
In Portugal bezochten we de ‘E.B. 2.3. Prof. Lindley Cintra School’. Dit is een reguliere secundaire school die eveneens jongeren integreert met leermoeilijkheden, gedragsproblemen, socio-economische problemen, emotionele problemen en diverse culturele etniciteiten. Leerlingen met speciale onderwijsnoden worden geïntegreerd binnen de reguliere klassen en krijgen een individueel aangepast programma dat wordt opgevolgd door het ‘special needs team’ binnen de school. Dit team treedt op als ‘mediator’ tussen de leerling met special needs en de leerkrachten. Door het bezoek aan Portugal kregen we een concreet voorbeeld van de integratie van jongeren met specifieke onderwijsleerbehoeften binnen een regulier systeem. We kregen zicht op de principes volgens dewelke leerlingen met speciale noden in groepen worden ingedeeld en hoe zij ondersteund worden. In elke klasgroep worden maximaal drie tot vier kinderen met speciale onderwijsleerbehoeften geïntegreerd. De klasteams worden ondersteund door ‘assistants’, zij voorzien de leerlingen en leerkrachten in praktische ondersteuning tijdens het klasgebeuren. De school beschikte over een 20 tal ‘assistants’. Deze personeelsleden zijn meestal laag opgeleid en de nood werd gesignaleerd naar meer specifieke opleidingsmogelijkheden voor deze mensen. Daarnaast kregen we op formele en informele (een multiculturele avond voor ouders in de school tijdens ons bezoek) wijze een zicht op de werking rond en de integratie van de verschillende culturen binnen de school!
Het was opvallend dat in Portugal het Comenius project sterk ingebed zit binnen de lokale autoriteiten, de overkoepelende (onderwijs) autoriteiten, de vereniging van ouders en het volledige schoolteam. Deze delegaties waren allen vertegenwoordigd op de startvergadering. Het ‘special education team’ van de school werd aan ons voorgesteld. Na een kort overzicht van de vragenlijst rond de visie van staf en leerkrachten over de werking rond integratie en inclusie binnen de school, bezochten we de ‘Professional School Crinibal’. Daar bezochten we diverse workshops voor arbeidsgerichte training (o.m. mechanica, houtbewerking, tuinbouw, keuken,…). Binnen dezelfde setting waren er diverse afdelingen voor mensen met een verstandelijke handicap die geen beroep aanleren. Zij nemen deel aan allerlei ateliers met een dagbesteding. De populatie was zeer heterogeen (te vergelijken met opleidingsvorm 1, 2 en 3). Onze gastschool in Portugal verwijst leerlingen door naar dit centrum voor verdere beroepsgerichte vorming. De jongeren (tussen 16 en 20 jaar) kunnen gedurende 4 jaar een beroep aanleren. Tijdens het eerste observatiejaar wordt bekeken of de leerling toegeleid zal worden naar het traject voor dagbesteding of tewerkstelling.
Na een uitgebreid bezoek aan de gastschool, gaven de diverse partners hun indrukken en bedenkingen rond de meer algemene werking en de inclusiegerichte werking aan het gastland Portugal. Opmerkelijk was de intensieve ouderwerking (elke week kan een ouder een uur terecht bij de leerkracht) en de naschoolse activiteiten verzorgd door de leerkrachten: vb. ‘the European Club’ is een initiatief van een lid van het comeniusproject waarbij naschools de leerlingen op een actieve wijze betrokken worden op het project en het Europa van vandaag.
In de ‘D.Maria Pia School’ werden we onthaald door het leerlingenkoor dat traditionele Portugese muziek bracht. Deze school met internaat toonde zich als één gemeenschap waarin leerkrachten, opvoeders en jongeren erg (emotioneel) op elkaar betrokken zijn. De school geeft onderwijs aan kinderen en jongeren met gedrags- en emotionele problemen, vaak afkomstig uit multi-problem gezinnen. Vaak leefden de kinderen voordien op straat. Deze school biedt voor deze kinderen een thuis en heel wat mogelijkheden naar maatschappelijke (re)-integratie op volwassen leeftijd. De school en internaat op zich is eerde een separaat systeem. De kinderen en jongeren hebben door hun problematiek (tijdelijk) nood aan specifiekere zorgen dan die men binnen het reguliere systeem kan aanbieden. De gastschool in Portugal verwijst leerlingen naar dit centrum wanneer hun pogingen tot inclusie ontoereikend zijn voor die specifieke leerling. Het uitgangspunt in Portugal is uit te gaan van de inclusie gedachte: leerlingen worden sowieso eerst geïntegreerd binnen de mainstream scholen en enkel in eerder uitzonderlijke situaties doorverwezen naar speciale voorzieningen. Enkel kinderen en jongeren met een ernstig tot diep verstandelijke handicap worden reeds van bij het begin opgenomen binnen speciale voorzieningen.
Ten slotte bezochten we het ‘Brain Paralysis Centre’, een speciale school voor leerlingen met hersenbeschadiging.
In het kader van haar licentiaatverhandeling ‘Literatuurstudie en praktijkonderzoek rond visie en implementatie van inclusief onderwijs aan kinderen met specifieke onderwijsleerbehoeften in het kader van een Europees Comenius project’, nam Katrien Gruyters, studente orthopedagogiek aan de KULeuven deel aan het Comenius bezoek in Portugal. Zij stelde daar haar vragenlijst voor die door de verschillende partners in eigen land verdeeld zullen worden. Een intensieve discussie leverde een gemeenschappelijk akkoord op rond de wijze waarop de diverse Europese scholen bevraagd zullen worden rond hun visie op en implementatie van inclusie. Deze vragenlijst is intussen verspreid in de diverse partnerlanden. In mei-juni 2006 gaf de thesisstudente tijdens het bezoek aan België reeds een eerste ‘stand van zaken’.
Bij het bezoek aan België werden onze Comeniuspartners op een meer intensieve wijze ingeleid in de werking van de school. Ondersteund door het BeTa systeem kregen ze een rondleiding en allerlei opdrachten binnen de school. Hierbij dienden ze samen te werken met leerlingen wat hen de gelegenheid gaf om meer uitgebreid met hen kennis te maken. Daarnaast werd uitgebreid tijd gemaakt om stil te staan bij de diverse op inclusie gerichte activiteiten binnen de partnerscholen. Op een intensieve wijze werd er gewerkt aan de structuur en de voorbereiding van het eindrapport. We gaven als laatste een overzicht van de bevraging rond inclusie binnen onze school.
We bezochten het Europees parlement en hadden een overleg met Mevr. M. Thijssen.
Bovenstaande activiteiten verliepen in het kader van de doelstellingen die reeds van bij het begin van het project zijn opgesteld. Aan de hand van deze bezoeken hebben we ons uitgebreid kunnen informeren rond de concrete schoolwerking en de implementatie van integratie en inclusie binnen de dagelijkse schoolcontext. Tijdens de overlegmomenten werd steeds met de volledige groep gereflecteerd rond de indrukken die we tijdens de bezoeken hebben opgedaan. De gastschool werd ook steeds verder inhoudelijk bevraagd rond hun visie op intergratie en inclusie en de inhoudelijke werking.
Hieraan werd een doelstelling toegevoegd. We gingen namelijk op zoek naar ‘een gemeenschappelijke concrete activiteit’ dat de partnerscholen met elkaar verbindt. We kozen voor het maken van een ‘folder’. Aan de hand van deze folder kan elke partnerschool de lokale gemeenschap informeren rond het project. De buitenkant van de folder bevat algemene informatie over het opzet en de doelstellingen van het Comenius partnerschap. Aan de binnenkant van de folder kan elke land op eigen wijze verslag brengen van de activiteiten die in het kader van inclusie binnen de school georganiseerd werden.
Tijdens ons verblijf in Noorwegen in oktober 2006 werd intensief gewerkt aan het eindrapport waarvan de opbouw tijdens het verblijf in België was afgesproken. Elke school gaf eveneens een stand van zaken van de werking rond inclusie in de tussenperiode. Er werd eveneens reeds een eerste aanzet gedaan voor een nieuwe projectaanvraag.
|